Mijn voicemail werd gebeld door een computer met het verzoek niet op te hangen als zijn naam Walter Kempenaar was.

Mijn voicemail ging gewoon door met opnemen.

‘Door aan de lijn te blijven bevestigt u Walter Kempenaar te zijn’, zei de computer en mijn voicemail gaf geen krimp.

Mijn voicemail bleek de computer een grote som geld schuldig. Vond ik vreemd, maar ik heb natuurlijk geen idee welk bestaan mijn voicemail leidde voordat hij in mijn leven kwam. Ik wist niet eens dat hij Walter heette.

Eigenlijk maakt het me ook niet zoveel uit. Wat geeft het dat Walter zich vroeger wel eens in de nesten heeft gewerkt. Wie niet?

Ik heb Walter gebeld, en ik heb hem gezegd: ‘Walter, het geeft niet, wat gebeurd is, is gebeurd. Als je me nou gewoon vertelt wat er aan de hand is, misschien kan ik je helpen.’

Nu wacht ik tot Walter me terugbelt.