The universality of tattooing is a curious subject for speculation – James Cook, 1779

Als iemand mij zou vragen waarin de mens zich het meest onderscheidt van andere dieren, dan zou ik antwoorden: zelfbewustzijn. Natuurlijk, veel dieren hebben enige mate van zelfbewustzijn, maar alleen de mens is door het gebruik van taal en beelden de grens overgegaan naar de symboliek.

Aan veel zaken kennen wij een betekenis of belang toe dat het praktische of het voor de hand liggende ontstijgt. Mijn auto is vrijheid, mijn gitaar is mijn vriend, mijn koffie is troost.

Alles kan een statement zijn, symboliek is overal.

Soms heeft dat verstrekkende gevolgen: op 17 december stak de 26-jarige Mohammed Bouazizi zichzelf in brand, nadat zijn universitaire opleiding waardeloos bleek en zijn spullen in beslag werden genomen door de politie, omdat hij zonder vergunning groente en fruit verkocht. Zijn actie was de aanleiding voor de revolutie in Tunesië.

De hoogste, want meest abstracte vorm van die symboliek is kunst, de allermenselijkste aller acties. Kunst is niets anders dan symboliek in de praktijk. Zelfs wanneer je – zoals Malevich deed – een zwart vierkant schildert, en vervolgens zegt dat het niets betekent, wil dat wat zeggen.

Wij mensen, wij schilderen, wij maken beelden, wij schrijven, wij dansen en wij zingen. Niets dan rituelen die ons menszijn bevestigen.

Voor mij is het hoogtepunt van symboliek in de schilderkunst Guernica, een groot schilderij van Pablo Picasso. Het is het scherpst mogelijke statement tegen oorlogsgeweld dat ik ooit zag, en het enige schilderij dat mij ooit aan het huilen bracht. Symbolisch ook is het feit dat er een kopie van het schilderij hangt op het hoofdkantoor van de Verenigde Naties, de organisatie die wereldvrede nastreeft.

Dat symboliek sterke gevoelens kan oproepen ondervond ik ook toen ik vorige week een foto onder ogen kreeg waarop mijn schoonzusje haar tatoeage toonde. Een gevoel dat ik niet anders kan omschrijven dan verdriet overmande mij. Het eerste woord dat over mijn lippen kwam was ‘Zonde’.

Mijn afkeer had niets te maken met schoonheid, het was ook geen kwestie van smaakvol versus ordinair. Ik vind haar tatoeage niet afstotelijk, en het is een kleine afbeelding die niet op een direct zichtbare plek zit. De inkt is duidelijk voor haar zelf bedoeld.Maar toch, de wetenschap dat mijn schoonzusje een tatoeage heeft vind ik verschrikkelijk. Terwijl tatoeages van alle tijden en culturen zijn.

Not one great country can be named, from the polar regions in the north to New Zealand in the south, in which the aborigines do not tattoo themselves – Charles Darwin, The Descent of Man, 1871

For westerners, the tattoo has always been a metaphor of difference – Margo DeMello

De mens betekent zich al duizenden jaren, overal ter wereld. Het zetten van tatoeages is geen cultuurfenomeen, het hoort bij de menselijke soort. Op het moment dat wij betekenissen leerden toekennen aan abstracties – bijvoorbeeld via beelden en taal – werden wij ontvankelijk voor dit gedrag.

Waar komt die aandrang vandaan? Met welke motieven betekent de mens zich eigenlijk?

Het beroemdste motief, dat van de zeeman, is tegenwoordig het minst gangbaar: identificeerbaarheid bij overlijden. (De gouden oorbel diende om de begrafenis te bekostigen.) Een ander motief van zuiver functionele aard is dat van de rangorde, de Japanse maffia, de yakuza, ook de straatbendes bedienen zich hiervan.Oude motieven die nu nog steeds als gangbaar en geaccepteerd gelden: overgangsritueel, persoonlijkheidskenmerken, interesse, herinnering, versiering, toewijding of onafhankelijkheid. In de laatste decennia is de tatoeage geëmancipeerd: was lichaamsbetekening vroeger voorbehouden aan types met een ruige levenswandel – zeelui, motorrijders, bendeleden, de obscuurste onder de rockmuzikanten, kortom, aan de onaangepasten – tegenwoordig is de tatoeage een min of meer geaccepteerd verschijnsel.

Via de idolen van deze tijd, onze popsterren en topsporters, is de tatoeage doorgedrongen tot de gewone man en vrouw op de werkvloer. Onder menig overall of driedelig pak schuilt tegenwoordig onderhuidse inkt.De acceptatie van de tatoeage is zelfs zover gevorderd dat een automerk zijn imago middels een tv-commercial tracht te verstevigen door het te vergelijken met de personalisatie die een tatoeage biedt.

In die commercial ontdekt een moeder de tatoeage op de onderrug van haar dochter. ‘What were you thinking?’ Dan laat ze haar eigen tatoeage zien, een klassiek voorbeeld van een aarsgewei. ‘That’s not a tattoo, this is a tattoo.’ De vrolijke muziek onder de reclame kent één tekstregel ‘But I wanna be, free.’ De boodschap; die auto is net als een tatoeage een teken van personalisatie. Het maakt je uniek.

Die behoefte aan uniciteit komt terug in alle genoemde motieven om zich te laten tatoeëren. Uiteindelijk wil men een uniek individu zijn, een bijzonder persoon met een verhaal.Even terug naar de kopie van Guernica in New York. De exacte locatie ervan, het hoofdkantoor van de Verenigde Naties, versterkt de betekenis van het schilderij. Het symbool voor de destructieve kracht van machtsmisbruik, als afschrikwekkend voorbeeld aanwezig in het centrum van ons streven naar wereldvrede.

Maar de locatie doet niet alleen iets met het schilderij, het schilderij doet ook iets met de locatie. Dat werd pijnlijk duidelijk toen ten tijde van de oorlog in Irak de U.S. Secretary of State Colin Powell de verzamelde pers toesprak. Guernica was afgedekt met een blauw doek.

Oorlog ontmenselijkt, maar aan symboliek valt niet te ontkomen.

I want to get a tattoo of myself on my entire body, only two inches taller – Steven Wright

My tattoo is that I don’t have a tattoo – Michael J. Fox, 2007

Een andere kunstvorm die gebruik maakt van de locatie is graffiti. Deze spuitbuskunst lijkt misschien nog wel het meest op tatoeëren. Graffiti begon met het zogenaamde ‘taggen’, op iedere straathoek werd een muur beschreven om zo de buurt te claimen.Die tags werden steeds uitgebreider, kregen meer betekenissen, en groeiden uit tot een kunstvorm op zich, een kunstvorm die zich loszong van de gangs. De Britse graffitikunstenaar Banksy kiest zijn locaties zorgvuldig uit, omdat hij heel bewust afdwingt wat Guernica in het VN-hoofdkantoor ook doet: hij geeft een draai aan de betekenis van de locatie.

De sensatie die door mij heen gaat wanneer een geslaagd werk van Banksy voor het eerst zie lijkt sterk op de spanning die ik als kind ervoer terwijl ik mijn eigen arm betekende of beschreef. Wie deed het niet?

Ik was ook dol op de plakplaatjes die bij de kauwgum zaten verpakt, als het maar geen Donald Duck of een smurf was. Het moest stoer, het moest mij groter maken.

Iets betekenen, iemand zijn, dat is de wens van ieder kind. Nu voel ik dat ik toen ook al iemand was, vanaf het moment dat ik me bewust werd van symboliek kreeg ik betekenis voor mijzelf.

Mijn brein weet, mijn kern voelt, dat er geen sterker of waardevoller symbool voor mij bestaat dan mijn lichaam. Daarin draag ik mijn geest, mijn mooie en lelijke ervaringen, mijn gevoel.

De betekenis van dat pure symbool kan ik met tatoeages wel verdraaien of accentueren, maar daarmee kan ik het symbool dat mij het liefst is alleen maar verzwakken.

En dat zou zonde zijn.

I always look for a woman who has a tattoo. I see a woman with a tattoo, and I’m thinking, okay, here’s a gal who’s capable of making a decision she’ll regret in the future – Richard Jeni