Met twee pizza’s in mijn hand sta ik achteraan in de lange rij voor de kassa. Voor me staat een klein mannetje in een constante lichte buiging achter een rollator. In het mandje liggen een pak krieltjes en een flesje koffiemelk.

Nog negen klanten voor me. De kassière vraagt via de intercom of een collega even bij wil draaien.

Zodra die collega het kettinkje van de doorgang weghaalt schuifelt het mannetje voor mij naar de extra kassa. Vanuit een van de gangpaden wringt een petje van een jaar of vijftien met een blikje Energy Slammers zich nog net voor hem naar de kassière. Beteuterd kijkt het mannetje op. Ik stap eropaf om er iets van te zeggen, maar de oude baas heeft zich al herpakt: ‘Zeg jongeman, hoe oud ben je?’ ‘Zestien, hoezo?’ ‘Ik ben 83. Nu heb je ongetwijfeld meer haast dan ik, maar ik heb zonder twijfel minder tijd dan jij. Dus als je even netjes op je beurt wacht, dan reken ik even af.’

De grijsaard pakt het blikje van de band, geeft dat aan het jochie, en haalt zijn boodschappen uit de rollator. De kassière kijkt het jochie breedlachend aan.