De reis begint zoals de helft van alle reizen ooit: ik sla linksaf. Ik schuif het dakraampje open, zet de radio en de ruitenwissers aan en als er ruimte was voor een couplet had zou ik meezingen met groot licht.
Ik rijd langs de plek waar het fluitekruid een slagboom vormt, even overweeg ik uit te wijken. Soms is een beetje jazz hoognodig, soms is het beter om de woorden niet te hebben. Het is de kunst rotondes te herkennen.