Dit is de zesentwintigste in een serie van (voor zover de wifi het tijdens de vakantie toelaat) dagelijkse reisverslagen. De aanleiding voor onze reis vindt u hier.

Iets met ruitenwissers. En iets wat volgens de echtgenote naar keuze enkel omschreven kan worden als ‘vocht dat uit de lucht komt vallen’. (De echtgenote heeft een lichte vorm van West-Atlantic Wordwash. Ter geruststelling: ze lijkt er niet erg onder te lijden.)

Dan was er ook nog iets met grote, zware, overheerlijke raisin muffins in Bear’s Paw, het lekkerste bakkerijtje van Jasper. En iets met vier grazende Wapiti-herten, langs de weg, niet in de bakkerij.

Een waterval halverwege Maligne Canyon, waarvan ik zou zweren dat die door Tuintechniek van Rooijen (wij mogen Tuintechniek zeggen) was aangelegd, deed ons gesprek over grenzen met betrekking tot momenteel danig overzeese relaties verstommen.

Een pintje of twee in de pub boven de lokale brouwerij van Jasper om de dag wat af te schuimen, leek ons geen kwaad te kunnen.

We hebben kortom weer het uiterste uit de omstandigheden moeten halen.

Fred recenseert de hele reis:

Welkom bij aflevering 26 van mijn dagelijkse reisrecensies. Vandaag recenseer ik:

de rij bij de ingang van Whistlers Campground in Jasper

Om half zes stonden we in de rij voor de ingang van bovengenoemde camping. En om half zeven. Nog. In dat uur werden diverse automobielen op ogenschijnlijk willekeurige wijze uit de rij gehaald en weggevoerd.

Ik hoef u de associaties die deze gang van zaken bij ons opriep niet uit te spellen. Maar toen we tegen zeven uur de Eingangskontrolle-Überwachungsoffizier passend mochten begroeten, verwachtte ik minimaal een full bodyscan, danwel een behandeling met een scheerapparaat plus een zeer beperkt pakket van gestreepte kledij.

De opluchting was dan ook groot toen bleek dat de eerder uit de rij weggevoerde wagens gereserveerd hadden, en dat we geen kuil hoefden te graven op de ons toegewezen Kampingplatz.