Dit is de tweede in een serie van (voor zover de wifi het tijdens de vakantie zal toelaten) dagelijkse reisverslagen. En hoewel het vertrek pas aanstaande vrijdag zal zijn, voelt het alsof de reis al begonnen is.

Vandaag nog even een wegenkaart van Canada gekocht bij de vriendelijke, doch kaki dames van de ANWB. Verder vooral wat laatste werkachterstalligheid weggewerkt, en begonnen aan de overdracht.

Zo’n werkoverdrachtsdocument vindt men blijkbaar nodig om mij een maand lang misbaar te maken. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ‘men’ geen idee heeft waar ik tijdens mijn werkdag precies mee bezig ben.

Wanneer ik dan denk aan de stelling dat je pas echt iets bereikt hebt als je onbereikbaar bent, kom ik als vanzelf tot de opbeurende conclusie dat ik op de goede weg ben.

Ik hoop op slecht bereik gedurende onze rondreis door West-Canada. Slecht bereik en wazige wifi. Dat zou een onvermomde zegen zijn.

Fred recenseert de hele reis:

Welkom bij aflevering 2 van mijn dagelijkse reisrecensies. Vandaag recenseer ik:

de kleur kaki

Kaki is meer een kledingstijl dan een kleur.

Als iemand kaki draagt, is dat veelzeggend: je hebt direct een beeld van het type mens dat tegenover je staat.

Ongeveer zoals je je meteen een beeld vormt bij iemand die ’taupe’ of ‘aquamarijn’ als antwoord geeft op de vraag welke kleur iets heeft. Ik wil niet seksistischer zijn dan strikt noodzakelijk, maar een man kent die twee kleuren enkel als bruin en lichtblauw. (Google: 1 en 2.)

Kaki bevindt zich in het kleurenperspectief van de man ergens tussen viesbruin en viesgroen.

Iemand die kaki draagt is derhalve ofwel vrouw, ofwel wordt door zijn/haar vrouw (m/v) gekleed. Of de persoon in kwestie is (kleuren)blind. Of lid van de scouting.

Zie je iemand in kaki, dan is de kans buitengewoon groot dat ergens in de buurt het tweede kopje koffie gratis is.