Welkom bij aflevering 73 van mijn recensie-rubriek. Vandaag recenseer ik:
de kortste dag

Een mensenleven kent welbeschouwd maar één kortste dag: de eerste, of de laatste.

Om 21 december collectief als kortste dag te bestempelen zonder daadwerkelijk vroeg in de ochtend te sterven, raakt aan het idiosyncratische idioom rondom gevoelstemperatuur, tv-woonprogramma’s en feng shui geurstokjes.

Langere dagen, die bestaan. Eens in de zoveel tijd beslist een obscuur genootschap genaamd ‘International Earth Rotation and Reference Systems Service’ – vermoedelijk bestaand uit natuurkundigen, horlogemakers, klokkenluiders, een zakjapanner en twee atomen Cesium-133 – tot een extra ingelaste seconde.

Die schrikkelseconde, daar kun je verder helemaal niets mee. In de praktijk betekent het vooral dat je een seconde eerder zult doodgaan.

Ik word daar heel vrolijk van.

Er bestaat dus een clubje van de meest intelligente mensen die je op deze aardkloot zult vinden die enige tijd bij elkaar worden gezet om uit te rekenen of en wanneer we een extra seconde moeten meetellen. Kosten noch moeite worden gespaard om maar geen tijd te verspillen.

De scheiding tussen zinvol werk en nutteloze dagbesteding blijkt keer op keer flinterdun.

En waar die scheiding precies wordt gelegd, lijkt niets met levensovertuiging van doen te hebben, maar alles met perceptie.

Beste feature: op de kortste dag duurt de avond langer
Slechtste feature: 24*60*60 blijft 68.400