Welkom bij aflevering 67 van mijn recensie-rubriek. Vandaag recenseer ik:
Magic Mouse

Ik heb al weken last van mijn nek.

De osteopaat zei me dat ik mijn hoofd draag zoals een theepot haar schenktuit. Voordat ik hem kon melden dat die beeldspraak slap als thee was, draaide hij mij de nek om, net zo lang tot het kraken stopte. Bij vertrek kreeg ik de opdracht om mijn zithouding aan te passen.

(Pro-tip: wees op je hoede in het gezelschap van mensen die met het achtervoegsel -paat door het leven gaan. Enkele voorbeelden: psycho-, socio-, homeo- en tele-.)

Op het werk heb ik braaf mijn bureaustoel op standje oncomfortabel gezet, en om mijn nek ook thuis te ontlasten (enkel qua spierbelasting) staat mijn macbookje inmiddels op een verhoging. De ideale kijkhoogte blijkt exact overeen te komen met de dikte van Campert’s verzameld werk (paperback, in doos, ongelezen, en dat blijft voorlopig zo).

Onmiddellijk verplaatste de pijn zich naar mijn schouders. Want al had ik een bluetooth-toetsenbordje, ik had geen muis. En dus zat ik met een horizontaal gestrekte arm achter mijn laptop: een geval van neonazistisch computeren.

Ik moest een muis.

De echtgenote zette één van haar veto’s in, en verordonneerde een dure Apple-muis. Op puur inhoudelijke gronden: ‘een andere muis ziet er niet uit bij je macbook.’

(Overigens was argumentatie overbodig. De veto’s van mijn echtgenote zijn bijzonder krachtig: ze vegen de mijne moeiteloos van tafel. Zie ook het aantal sterren bovenaan deze recensie.)

Toen die Apple-muis Magic Mouse bleek te heten, was ook ik om. Ik stelde me een goochelende muis voor, of een superheld in muisgedaante. In ieder geval iets met een cape.

Geen cape. Geen toverstok. Zelfs geen scrollwieltje. Vooral de prijs bleek magisch.

Maar ik zit wel lekker rechtop.

Beste feature: de echtgenote is blij.
Slechtste feature: wanneer ik scroll moet ik zelf het geluid van het wieltje nadoen.