Welkom bij aflevering 66 van mijn recensie-rubriek. Vandaag recenseer ik:
egels

Je dient jezelf te maken tot de beste versie die er in je zit.

Zo luidt ongeveer het morele devies waarmee ik ben opgegroeid. Net als veel van mijn tijdgenoten. Onze ouders komen uit de tijd van ‘The Catcher in the Rye’, van ‘The Graduate’, en van ontelbare andere varianten op het standaard coming-of-age-verhaal.

Voorbestemd tot zelfontplooiing? Ik ben geen egel.

Coming-of-age, zelfontplooiing, worden wie je bent; kretologie die past bij een deterministisch wereldbeeld. Waarin het leven een coherent verhaal is, een ding met een kop en een staart.

Onzin. Ook het leven is geen egel.

Het frappante is dat de aanhangers van dit quasi-religieuze determinisme vaak net zo hard geloven in het tegenovergestelde: de maakbaarheid van het bestaan.

Je kunt worden wat je wilt, als je jezelf er maar toe zet.

Vroeger wilde ik Michael Jackson worden. Het zal aan mijn gebrekkige inzet hebben gelegen.

Gelukkig voor hen die mij vroeger in beide illusies wilden laten geloven, is hoe dan ook één van de twee bevestigd. Ik ben ofwel geworden wat er in zat, of ik ben geworden waar ik me toe gezet heb. Zij zijn slechts omstanders.

Goed verhaal.

Het enige wat deze illusionisten niet kunnen rijmen, is dat zij en ik zo op elkaar lijken.

Dat ik geen egel ben.