Welkom bij aflevering 65 van mijn recensie-rubriek. Vandaag recenseer ik:
Mijn naam

‘Welk geluid moet ik maken als ik wil dat je reageert?’ Een vreemde vraag, en de reden waarom de vraag ‘hoe heet jij?’ is uitgevonden. Het geluid dat de aangesprokene vervolgens maakt noemen we een naam.

Onlangs werd mij gevraagd of Fred de Vries mijn artiestennaam was. Dat kon ik bevestigend antwoorden. Dat mijn artiestennaam identiek is aan mijn naam voor dagelijks gebruik, beschouw ik als een zuiver semantisch toeval.

De werkelijke vraag betrof dan ook niet mijn naam, maar mijn identiteit als artiest.

Gezien de situering van die vraag (een poëziepodium waarvan ik even daarvoor succesvol was afgestapt) en de daarbij horende conceptuele verwachtingen (een avond vol verbale gymnastiek door vogels van divers pluimage) leek mij een bevestigend antwoord het meest gepast.

Had men mij dezelfde vraag in de supermarkt gesteld, dan had ik me afgevraagd of er iets mis was met mijn kleding, en of de in mijn mandje uitgestalde boodschappen een zeker culinaire kunstzinnigheid danwel sluimerende waanzin verrieden.

Ikzelf loop altijd een schapje om wanneer ik iemand met een diepvriespizza, twee huilende kinderen en zeventien flessen bleekmiddel in het boodschappenwagentje op mijn pad vind. Lijkt me niet onredelijk.

De gepastheid van de gekozen titulatuur hangt dus van de context af: een scheidsrechter een hondelul noemen wanneer hij op een zonnig strand ligt, is hoogst ongebruikelijk. Daarbij: hoe herken je hem op zijn ligbed? Aan zijn fluit?

Maar ben ik wel ik altijd Fred? In iedere context? Of zijn er situaties denkbaar dat ik Fred niet ben? Moeilijk te beantwoorden vraag. Wel weet ik zeker dat ik de vraag ‘hoe heet jij?’ anders beantwoord dan de vraag ‘Wie ben jij?’

Het beste aan mijn naam: hij is eenvoudig te typen.