Welkom bij aflevering 57 van mijn recensie-rubriek. Vandaag recenseer ik:

het ijsklontje

Het fijnst aan het ijsklontje is onweerlegbaar de klank van het woord ‘klontje’. Ik hoor u denken: ‘Freudiaanse klankassociatie’. Ik ontken niets.

Het op één na fijnste aspect van het ijsklontje is de reis die het al smeltend maakt wanneer je het op een licht hellend oppervlak legt.

‘Zacht gewelfd oppervlak’ hoor ik u denken. Ik stel vast dat u inmiddels op een Freudiaans zijspoor in uw brein bent aanbeland.

Wie aan ijsklontjes denkt, denkt ook aan water. Wat maakt water nu eigenlijk nat? Het meest concrete antwoord op die vraag luidt: sterke tetrahedrale waterstofbinding. Dan weet u dat ook weer.

Al met al valt er weinig op het ijsklontje aan te merken, behalve dan dat een ijsklontje an sich volkomen nutteloos is. Er moet ook iets te koelen zijn. Bij voorkeur een mojito, of een zacht gewelfd oppervlak.

Een ijsklontje komt nooit alleen.