Welkom bij aflevering 54 van mijn recensie-rubriek. Vandaag recenseer ik:

de neusklem

Vorige week biechtte iemand mij spontaan op dat hij zijn neusklem kwijt was. Dat soort dingen overkomt mij vaker; dat ik geen idee heb waarover het gaat.

Omdat de term ‘neusklem’ me deed denken aan een wielklem, reikte ik hem een zakdoekje aan, maar hij bezweerde mij dat hij geen loopneus had, en ook geen hooikoorts.

Een neusklem blijkt een soort van wasknijper te zijn voor op de neus. Maar dan niet tegen een snotneus, of tegen de stank op het openbare toilet. Een ander verschil met de wasknijper is dat bij deze knijper het hout ontbreekt, ‘omdat je met een blok hout op de neus je hoofd zo lastig onder water krijgt’.

Dat laatste is belangrijk – zo lichtte de persoon in kwestie mij in – omdat de neusklem vooral door zwemmers wordt gebruikt. Ik heb niet durven vragen wat het precieze nut van zo’n klem is, maar ik neem aan dat het dragen van een neusklem met drijfvermogen te maken heeft: als je het lek niet boven kunt houden, dan moet het gedicht. Zo weet ik nu dus waaraan ik een intelligente zwemmer kan herkennen, zelfs al draagt die een halve ballon op het hoofd, plus een lasbril.

Ik bood aan de neusklem namens hem te kopen, omdat hij het nogal druk had. Eenmaal in de winkel bleek ik te kunnen kiezen uit twee modellen. Het verschil zat hem in het draagcomfort.

Omdat de zwemmer in kwestie aan een triatlon (met startschot) zou gaan deelnemen, en dus zo snel mogelijk het water weer uit wilde zijn, heb ik om het pijnlijkste model gevraagd.

Ik was heel tevreden met zijn zwemtijd.