Hans draait de piston van de espressomachine, opent een lade en slaat die direct weer dicht. Als hij zich omdraait struikelt hij. ‘Kutkat!’

In de woonkamer blijft het stil.

Hij pakt een theelepeltje uit de afwasmachine, en tikt met de piston de deksel van de vuilnisbak open. Drie harde slagen op de rand van de vuilnisbak en de piston is praktisch leeg. De laatste resten koffiedrab schraapt Hans eruit met het theelepeltje. Het lepeltje belandt met veel kabaal in de gootsteen.

Niets uit de woonkamer.

De piston legt Hans op het aanrecht, de pot met gemalen espresso zet hij ernaast. Als hij de deksel eraf heeft getrokken sluit hij zijn ogen. ‘Godver!’
Hij giet de pot leeg in de piston, en met zijn hele gewicht stampt hij het restje koffie aan.

Als de piston weer aan de machine hangt, pakt Hans twee kopjes uit het keukenkastje, en struikelt over de andere kat. Op de punt van zijn schoen ligt wat koffiedrab, die veegt hij aan de buik van het spinnende beest af.

De kopjes gaan onder de piston, en Hans haalt de hendel van de machine over. Even klinkt de geruststellende bromtoon, dan een droge tik. ‘Godverdomme!’ Hans gooit de metalen dekplaat van de machine op het aanrecht.

Nog altijd geen geluid.

Als het waterreservoir is bijgevuld en de machine weer begint te brommen, trekt Hans nog snel een van de kopjes weg, het andere plaatst hij in het midden.

Twee minuten later wandelt hij de woonkamer in: ‘Of had je ook koffie gewild?’

(Als opdracht voor Schrijftraining: beschrijf hoe een man die net ruzie heeft gehad koffie zet.)