Ik denk erover om er te blijven. Om de dode kamer niet meer te verlaten. Niet meer zoals ik nu ben althans. De kamer trekt aan me.

Ik verbleef er al eens 43 minuten. Dat was op 17 mei. Wij hadden een weddenschap; de werknemer die het langst in het donker in de kamer kon blijven, die kreeg van iedereen een vakantiedag.

De dode kamer, zo noemen we onze testruimte. De officiële benaming is anechoïsche kamer, een ruimte die tot doel heeft alle weerkaatsing van geluid weg te nemen om zo de exacte geluidssterkte van apparaten te meten.

Die 43 minuten waren verschrikkelijk. Zonder oriëntatiepunten kon ik simpelweg niet blijven staan. Letterlijk, ik moest op de grond gaan zitten. Alles wat ik hoorde was het lawaai dat ik zelf maakte. Mijn ademhaling, mijn hart, mijn longen, mijn stromende bloed. Mijn lichaam kwam me voor als een opstijgend vliegtuig.

Toen ik het uitschreeuwde deden ze het licht weer aan. Ik werd tweede. Sinds die dag begrijp ik waarom het protocol voorschrijft dat wij nooit alleen mogen werken.

Ooit hebben we een geluidssterkte van -9,4 decibel gemeten. Nul decibel blijkt niet geluidloos, nul decibel is de geluidssterkte van de aanwezige mens. Ondraaglijk.