Opdracht voor scenario: schrijf een dialoog bij de foto van een pater en een vrouw in bikini. (Foto: Maciej Billewicz, uit het boek ‘World Press Photo 70/71).

Vrouw zit op haar handdoek. Pater wandelt naar haar toe.

PATER
Mevrouw Schelini, goedemorgen.

SCHELINI
Pater Damiano, ik dacht dat u een geen strandganger was?

DAMIANO
Ik ben meer een wandelaar, ik wandel graag. Loopt u een stukje met me op?

Schellini staat op, samen lopen ze langs de zee.

SCHELINI
Vroeger was u er nog wel eens bij, op het strand.

DAMIANO
Ach, ik heb geleerd dat een teveel aan uitzicht de geest te zeer verruimt. Ik loop liever door de stad, de straten helpen me de focus te bewaren.

SCHELINI
Dan aten we de bakken mijn vaders ijssalon leeg, op vrijdagavond, en dan zwommen we in de zee, weet u nog? U gaf me mijn eerste sigaret.

DAMIANO
Ik ben hier niet meer geweest sinds ik naar het grootseminarie ging.

SCHELINI
Vandaag bent u hier, pater Damiano.

DAMIANO
Misschien moet je me nu eventjes gewoon Dami noemen, Francesca, net als vroeger.

SCHELINI
Maar u zegt altijd dat die afstand noodzakelijk is, voor mij om te biechten.

DAMIANO
Dat was een leugen.

SCHELINI
Biechten doet men bij een vader, zei u, niet bij een vriend.

DAMIANO
Een noodzakelijke leugen, Francesca. Heb je een sigaret voor me?

SCHELINI
Liggen op mijn handdoek. Wat is er aan de hand, Dami? Zullen we maar teruggaan?

Ze keren.

DAMIANO
Weet je wat het lastigste is van mijn werk, ‘Cesca? Het verleden.

SCHELINI
Ik volg je niet, Dami.

DAMIANO
Er is een reden dat ik in de stad wandel, ‘Cesca. Je ijssalon is aan het strand.

SCHELINI
Begin daar nou niet over, Dami. Niet nu nog. Jij moest zo nodig naar het seminarie. En nu, nu ineens, kom je me vertellen dat je je geloof kwijt bent? Ik ben getrouwd, Dami! Met Fabian. Hij bleef.

DAMIANO
Ik ben hier alleen voor jou, Francesca. Ik kom je waarschuwen.

SCHELINI
Hoezo, waarschuwen?

DAMIANO
Mag ik je eigenlijk niet zeggen. Qua biechten, bedoel ik.

SCHELINI
Hoe bedoel je?

DAMIANO
Fabian. Hij is erg veel aanwezig, ‘Cesca.

SCHELINI
Gaat Fabian naar de kerk, dan?

DAMIANO
Zijn naam bedoel ik. Bij het biechten. Er wordt over hem gepraat, ‘Cesca. Goddeloos.

SCHELINI
Genoeg! Wat heb je gehoord Dami? Heeft ‘ie soms een ander?

DAMIANO
Kom zondag naar de kerk, ‘Ces, dan weet je over wie ik niet wil praten. Ze zitten er alledrie, naast elkaar. Derde rij, aan mijn linkerkant.

SCHELINI
Godverdomme, Dami. Oh, sorry. Ik moet een sigaret. Jij?

DAMIANO
Nee, doe maar niet. Je kunt altijd even bij de kerk langslopen om te praten, ‘Ces.

SCHELINI
Ik weet het. Ik weet het niet.