(Vierde gesprek met Het Hoofd)

Zeg, meneer Het Hoofd. Mag ik U wat vragen?

Gaat uw gang, jongeheer F. Zolang u er geen bezwaar tegen heeft wanneer ik ondertussen een denkprocesje inzake ‘zelfreflectie’ opstart.

Niet het minste. Multitasken is aan U welbesteed. Wat zijn Uw ideeën inzake de relatie  tussen de concepten ‘ideaal’ en ‘realiteit’?

U weet ze wel te stellen vandaag. Laat ik u dit zeggen: over het algemeen verliest men het zicht op de een wanneer men zich op de ander richt. Dat is normaal.
Maar wanneer u zich teveel aan een van beiden vasthoudt zult u verzanden in het krachtenloze vacuüm dat demotivatie heet. De kunst is op beiden voldoende grip te houden.

Dat klinkt allemaal erg wijs, maar in de praktijk vertelt mijn hart me de realiteit te beïnvloeden, met als doel deze het ideaal te doen gelijken.

Uw hart lijkt van het idealistische slag, jongeman. Maar ondertussen leeft het van de bloedcellen die het rondpompt.

U bedoelt: een ideaal heeft geen bestaansmogelijkheid zonder praktijk?

Exact! Idealen heeft men met reden: zij zijn het anker waaraan men zich vasthoudt terwijl men aan de realiteit trekt. Vanzelfsprekend is het omgekeerde ook een valide optie, idealen zijn niet statisch.
Eén moment, mijn waarde. Ik moet even de afgeronde ‘zelfreflectie.exe’  op zijn plaats leggen, en de ‘dadendrang.exe’ opstarten. 
Laat ik u tot slot nog het volgende meegeven: Wanneer beide concepten zich tegelijkertijd in uw blikveld bevinden, moet u uw positie bijstellen.

En als ik aan mijn gezichtsvermogen twijfel?

Vertrouwt u dan uw gevoel. Volg haar aanwijzingen totdat zij u meedeelt dat u zèlf op het spel staat. Dan bent u waar u wilt zijn.

Mag ik u dan dringend verzoeken parallel aan de ‘dadendrang.exe’ de ‘lef.exe’ te draaien?

Die draait al, jongeman. Zojuist geüpgradet.