(Zevende gesprek met Het Hoofd)

Meneer Het Hoofd! U heeft mij verward.

Excuses jongeheer F. Dat is vanzelfsprekend nimmer mijn objectief geweest. Met wie verwarde ik u?

Met niemand, meneer Het Hoofd. Met niemand dan uzelf.

Nu draait u de zaken om, u verwart mij. En dat is voorwaar geen prettig gevoel. Maar dat terzijde, vertelt u mij nu eens; hoe heb ik u doen duizelen?

Ik hield u altijd voor een man van de ratio. Maar nu blijkt u beïnvloed door de impulsen behorend bij het begrip gevoel. U reageerde derhalve nogal onverwacht en heftig op de omstandigheden, waartoe ik mijzelf ook reken.

Hoe gevoelloos van mij! Ik weet niet wat ter compensatie te zeggen.

Uw omgang met de omstandigheden van dit moment is veelzeggend gevoelig, meneer Het Hoofd. In een situatie zo gevoelig als deze valt zwijgen vanzelfsprekend te prefereren boven ongericht gebazel. Meer compensatie heb ik niet nodig.

Ik geloof niet dat ik u kan volgen, jongeman.

Ik kan het niet eenduidiger zeggen dan zo: het moeilijkst te ontwarren is de knoop die het hoofd bindt.