(tweede gesprek met Het Hoofd)

Ahoy jongeman, gaat dit wel goed?

Ah, meneer Het Hoofd. Ik dacht net: vroeg of laat moet het er een keer van komen.

Wat moet er van komen, mijn waarde? Dat u -vanuit mijn oogpunt bezien- maar wat rondzwalkt? Of dat u mij tegen het lijf loopt?

Ik exploreerde al eerder zonder dat U aan boord was, het tweede dus.

Kleine correctie, jongeheer F. Gezien het klapperen uwer zeil exploreert u niet, u zwalkt. Ik ben een uitstekende stuurman. Stuurman, kompas en radar ineen. Precies wat u belieft.

Meneer Het Hoofd, in onze vorige conversatie zei ik u al dat mijn reis geen vastomlijnd doel kent. Kompas, radar, en stuurman; zij zouden niets dan verstekelingen zijn. Daarenboven, Uw ego stoort mij, gaat U alstublieft terug aan wal staan, U bent ongenood.

U zwalkt, jongeman. U zwalkt en u zwetst. Ik stà immers aan wal. En uw woorden raken kant noch de grond onder mijn voeten. Desondanks komen wij nu in aanvaring. Terwijl ik slechts een oogje in het zeil houd.

Haalt U het daar alstublieft weer uit! Uw oog ontneemt mijn zeil de wind.