De vraag houdt me al weken bezig: wat is mijn definitie van poëzie? Dergelijke vragen komen als vanzelf in je op wanneer je je eigen werk in twijfel trekt, dan ga je je afvragen waaraan je werk eigenlijk moet voldoen.

Ik heb kort overwogen om het begrip poëzie te duiden aan de hand van kenmerken zoals rijm, vormdefinities – zoals sonnetten of haiku (wat moet ik met een vorm als ‘vrij vers’, toch mijn vorm of choice?), regelafbrekingen en witregels op de plek die de schrijver wenst,

enzovoorts,

maar het werd al vrij snel duidelijk waar het bij deze wijze van determinatie aan schort: geen enkel uiterlijk kenmerk heeft een verplicht karakter, en geen enkel kenmerk is exclusief voorbehouden aan de poëzie.

Het lijkt erop dat poëzie bestaat uit dat wat er overblijft wanneer je alles wegstreept wat geen poëzie is. En ik stond nu juist op het punt mijn werk weg te strepen.

Uit arren moede heb ik de Van Dale erbij gepakt, maar ook die weet zich er geen raad mee. De definitie van poëzie in De Dikke: dichtkunst.

Dat schiet lekker op.

Dus heb ik ‘dichtkunst’ maar even opgezocht: de kunst van het dichten. Pfff…
Dichten: verzen maken.
Vers: klein gedicht.
Gedicht: een in versmaat of dichterlijke stijl opgesteld stuk; vers.
dichterlijk: overeenkomstig het wezen van een dichter.
Stijl: manier van schrijven.
dichter: iemand die (geregeld) poëzie schrijft.

Resumerend, poëzie volgens Van Dale:
de kunst van het maken van een klein, in een dichterlijke stijl opgesteld stuk.

Of, exacter gesteld:
de kunst van het maken van een klein, op een in overeenkomst met het wezen van iemand die geregeld verzen schrijft manier opgesteld stuk.

Of, nog exacter gesteld:

de kunst van het maken van een klein, op een in overeenkomst met het wezen van iemand die geregeld kleine in versmaat of dichterlijke stijl opgestelde stukken schrijft manier opgesteld stuk.

Of, nog nog exacter:

de kunst van het maken van een klein, op een in overeenkomst met het wezen van iemand die geregeld kleine in versmaat of in overeenkomst met het wezen van iemand die geregeld verzen schrijft stijl opgestelde stukken schrijft manier opgesteld stuk.

Voor je het weet ben je drie uur en tweeduizend woorden verder, en weet je nog niks. Meneer De Vries wacht op antwoord.

Misschien zit het probleem in de vraagstelling: ‘wat is mijn definitie van poëzie?’ Want wat is een definitie? Weer Van Dale: ‘de beschrijving van wat iets is’.

Nu komen we ergens: ‘definitie’ heeft namelijk helemaal niets buiten zichzelf nodig. Het woord heeft zo overduidelijk genoeg aan zichzelf, is zo zeer zelfverklarend, het verwijst zo expliciet naar niets buiten zichzelf, dat iedereen haar wel als waarheid aan móét nemen.

Nu verwijst ook de door mij en meneer Van Dale in eendrachtige samenwerking gefabriceerde definitie van poëzie naar niets buiten zichzelf, maar dan zonder ook maar het kleinste detail van zichzelf prijs te geven.

Die constatering rechtvaardigt de vraag of poëzie dan wel ‘iets’ is?

Zo poëzie al een noemenswaardig ‘iets’ is, dan is zij in de eerste plaats een gevolg, een perceptie. Zoals ‘rood’ een gevolg is, net als ‘lekker’, ‘mooi’, en ‘muziek’. (Ik hou bijvoorbeeld enorm van heavy metal, maar dan vooral als grensmarkering van wat ik als muziek ervaar. Het zelfde geldt overigens voor opera.)

Poëzie is in mijn beleving niet een op zichzelf staand iets, maar ze is het resultaat van meerdere ‘ietsen’ tegelijk. De tijdsaanduiding ‘tegelijk’, die is belangrijk: poëzie is de wisselwerking tussen minimaal twee aanwezige entiteiten die benodigd zijn voor poëzie. Zoals je voor spanning twee polen nodig hebt.

Waar die spanning – die in het geval van poëzie ervaren wordt als verwondering – ontstaat, tussen werkelijkheid, schrijver, tekst en lezer, daar begint de poëzie. Poëzie legt de verwondering bloot, ze is de herkenning dat die verwondering niet alleen al die tijd al in de tekst besloten lag, maar ook in de schrijver, in de lezer, in de werkelijkheid die ze uitbeeldt.

De enige reden dat bij poëzie die verwondering in taal wordt uitgedrukt, is volgens mij omdat het anders wel schilderkunst of muziek zou heten.

Dit is poëzie.