Geachte heer Samsa,

U kent mij niet, en ik zal niet claimen u persoonlijk te kennen. Toch wil ik u vragen mij toe te staan u van enig waarschuwend advies te voorzien, in de hoop dat u dat advies aan zult nemen. Uw situatie gaat mij na aan het hart.

Het is mij bekend geworden dat u, een hardwerkend handelsreiziger met een vrijwel vlekkeloze reputatie en een groot verantwoordelijkheidsbesef jegens uw familie, een groot onheil te wachten staat.

Wie ik precies ben, en hoe ik mijn kennis over uw situatie en uw nabije toekomst heb verworven, zal ik u zo goed en zo kwaad als dat gaat toelichten. Hopelijk wilt u mijn aanwezigheid tot na mijn uitleg accepteren als een omstandigheid. Zoals u, gezien de consciëntieuze manier waarop u uw werk uitvoert – in een poging de schuld die uw vader bij uw werkgever heeft uitstaan in te lossen – uw rol als kostwinner van de familie als vaststaande omstandigheid accepteert. Zoals het een goede zoon betaamt.

Ik heb niet met zekerheid kunnen vaststellen in hoeverre u een gelovig man bent, maar ik weet dat uw zuster Grete in uw onheilstoekomst de heiligen tot steun zal aanroepen. Ik ga er dus voor het gemak maar even vanuit dat u een christelijke opvoeding genoten heeft, en dat u gelooft aan, of ooit heeft geloofd aan, een hoger wezen, aan een God die u naar Zijn evenbeeld heeft geschapen.

Welnu, ik kan u bevestigen dat die Schepper bestaan heeft.

Ik heb uw Maker nooit gekend. Lang voordat ik geboren werd, is Hij aan tuberculose overleden. U zult zich nu ongetwijfeld verwonderen over de sterfelijkheid van uw Schepper, maar ik kan u verzekeren dat sterven ook in dit Scheppersuniversum een doodnormaal verschijnsel is. Om maar aan te geven dat u werkelijk naar Zijn sterfelijke evenbeeld geschapen bent. U deelt het lijdzame karakter, en u ondergaat beiden doorgaans gelaten de aan u gepresenteerde omstandigheden. Zelfs Zijn naam, Kafka, lijkt op de uwe.

Er is echter één levensgroot verschil tussen u en uw Schepper: Hij pleegde een daad van verzet. Wat uw Schepper deed? Hij verzon u. Hij schreef uw naam neer, en creëerde zo de persoon Gregor Samsa, in een poging Zijn eigen onontkoombare lijden te overzien, Zijn eigen uitzichtloosheid te relativeren, Zijn vader – weliswaar verhuld – te bekritiseren.

Zonder uw toekomst in detail uit de doeken te doen – ik wil u niet opzadelen met premature angstvisioenen – wil ik u meegeven dat uw meegaandheid, uw acceptatie van de behoeften en prioriteiten van uw ouders, uw lijdzame ondergaan van de aan u als vaststaand gepresenteerde omstandigheden, zullen leiden tot uw ondergang.

Ik doe een dringend beroep op u om, net als uw Schepper, een daad te stellen. En ik doe dat omdat ik in uw beklemmende omstandigheden de mijne meen te herkennen. En omdat ik in uw omgang daarmee mijn eigen omgang denk te zien. Ik leef met u mee.

Vanuit mijn positie uw familie en uw werkrelatie beschouwend, zie ik slechts één behoefte van uzelf die boven de behoeften van uw omgeving uitstijgt: uw behoefte gezien te worden. Al het andere is lijdzaamheid.

Ik sprak al eerder over de schuld die uw vader heeft uitstaan bij uw werkgever. Die schuld is niet uw schuld, het is de schuld van uw vader. Het is overigens niet de voornaamste schuld die uw vader ter inlossing bij u neerlegt. Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom hij u niet de erkenning wil geven die u nodig heeft, die u verdient, of waarom hij nimmer naar uw behoeften vraagt? Is dat niet wat een betrokken, emotioneel volwassen vader zijn kind zou geven? Zou uw vader u die steun misschien niet kunnen geven omdat hij zelf een tekort heeft? Een tekort dat hij u laat aanvullen?

Dat u moet ploeteren om zijn tekorten in te lossen, zowel op emotioneel als op financieel vlak, is enkel te interpreteren als afwenteling, als doorgeven van schuld. Dat u de plicht voelt die schuld op u te nemen, en daarmee uw eigen toekomst aan de kant te zetten, gaat u uiteindelijk uw leven kosten.

Daarbij heeft u een tweede, nog grotere schuldafwentelaar: uw Schepper. Hij laat u lijden, met geen enkel ander doel dan zelf te kunnen ervaren hoe het is om de omstandigheden naar Zijn hand te zetten. Al zijn het dan niet Zijn eigen omstandigheden, maar die van zijn evenbeeld. U moet weten: Kafka is – zoals iedere Schepper – een tiran in het diepst van Zijn gedachten. Hij zal u straffen voor uw lijdzame ondergaan van uw omstandigheden, Hij zal u veranderen in een hulpeloos, afstotelijk en afhankelijk wezen, Hij zal u laten bekogelen door uw familie, Hij zal u laten creperen als ongedierte. Meedogenloos. Enkel omdat u niet voor uzelf durft te kiezen.

Hoewel ik vrijwel zeker weet dat mijn waarschuwing geen effect zal sorteren, (Hoe zou ik anders kennis kunnen hebben van het onheil dat u wacht? Ik heb immers over uw toekomst gelezen alsof hij voorbestemd is?) wil ik u toch op het hart drukken verandering in uw omstandigheden te forceren. Omdat u anders door diezelfde omstandigheden veranderd wordt.

U zult tegen de angst in, tegen het grote verantwoordelijkheidsgevoel jegens uw familie in, voor uzelf moeten kiezen. U zult moeten verhuizen naar een andere stad, u zult zich daar in alle eenzaamheid moeten afvragen hoe u uw leven zou willen invullen, en u zult, wat het moeilijkst zal blijken te zijn, de nimmer aflatende vraag om hulp van uw ouders, om wiens aandacht u altijd verlegen zat, moeten negeren.

Onthoud: Kafka, uw Schepper, zal in geen geval voor u kiezen, maar voor uw (en zijn) familie. Hij kan niet anders.

Hoogachtend,
Fred de Vries